Inleiding Afzuiginstallaties

Algemeen

Breng gerichte afzuiginstallaties aan op plekken waar stof in de lucht komt. Bekende bronnen van stofblootstelling zijn de stortplaats bij silo’s, de mengkuipen en de werktafel. Afzuiginstallaties kunnen aangebracht worden in de vorm van puntafzuiging of roosterafzuiging. Afzuiging boven (en achter) de werktafels op werkhoogte in de vorm van roosters. Let erop dat de luchtstromen van afzuiginstallaties elkaar niet beïnvloeden.

  • Laat u adviseren over de juiste capaciteit van afzuiging, de positionering en de locatie waar centrale stofafzuiging moet worden geplaatst.
  • Om de uitstoot van stof te vermijden, moeten installaties die producten met allergenen bevatten zodanig ontworpen zijn dat de leidingen steeds onder negatieve druk staan, goed afgesloten zijn (in het geval de negatieve druk zou wegvallen) en geen overbodige flenzen en inspectiegaten bevatten.
  • Er moet een drukverschil blijven tussen de stoffige ruimten en de winkelruimte zodat daar geen stof in terechtkomt.
  • De openingen voor luchttoevoer moeten beschikbaar zijn op de juiste plaatsen (bijvoorbeeld in het plafond) om de juiste luchtbeweging tot stand te brengen.
  • Stofafzuiginstallaties zijn bijvoorbeeld: drop-out boxen, cyclonen, natte scrubbers, zakkenfilters en elektrostatische precipitatoren. Sommige installaties combineren een aantal technieken.
  • Houd bij het uitkiezen van een filter rekening met:
    • de noodzaak van een voorafscheider (precycloon);
    • de stofbelading, het vochtgehalte en de deeltjes-grootteverdeling;
    • de totale luchtstroom en de maximumtemperatuur bij het filter;
    • de aanwezigheid van chemische contaminanten in de lucht;
    • emissiegrenswaarden voor deeltjes;
    • milieunormen voor lawaai;
    • vereisten voor onderhoud (frequentie, werkzaamheden);
    • de locatie, buiten de belangrijkste werkomgevingen, afgeschermd van tocht en sterke wind.
  • Gebruik een zakkenfilter, wanneer lucht moet worden gereinigd (het gebruik van een cycloon is hiervoor niet geschikt).
  • Voorzie in de toevoer naar buiten een geschikte toegang en holtes voor emissiemonitoring.

Leidingensysteem

Een belangrijk onderdeel van het afzuigsysteem is het leidingenstelsel. Zelfs voor het oog kleine mankementen aan het leidingenstelsel kunnen de capaciteit van het afzuigsysteem behoorlijk negatief beïnvloeden. Let bij de inrichting en het onderhoud op de volgende punten:

  • Gebruik een betrouwbare leverancier voor de leidingen. Neem enkel contact op met personen/firma’s met ervaring en goede referenties.
  • Houd leidingen kort en eenvoudig.
  • Vermijd lange stukken met gebogen leidingen. Dit vergroot de weerstand en beperkt de luchtstroom.
  • Ontwerp de leidingen zodanig dat afzetting binnenin de leidingen vermeden wordt.
  • Wanneer de transportsnelheid aangepast is aan de deeltjesgrootte en de dichtheid, kan afzetting van stof vermeden worden. Zo is bijvoorbeeld een snelheid van 15 m/s in de leidingen gemiddeld gezien vereist voor grof stof, terwijl een snelheid van 5 m/s vaak voldoende is voor fijn stof.
  • Daar waar de leidingen verschillende aftakkingen hebben, kunnen optimale transportsnelheden bereikt worden door de diameter van de leidingen te laten variëren. Laat ze groter worden naarmate ze dichter bij de stofopvanger gesitueerd zijn.
  • Ontwerp de leiding zo dat slijtage binnenin, mogelijk veroorzaakt door abrasief stof, vermeden wordt.
  • Kies geschikt materiaal voor de leidingen, bestand tegen slijtage.
  • Beperk het aantal bochten in de leidingen om weerstand en slijtage te minimaliseren. Indien bochten noodzakelijk zijn, maak ze geleidelijk om schokverliezen te beperken.

Controle van het systeem

Controle van het systeem bestaat uit dagelijkse controles op drukverlies en zichtbare beschadigingen. Verder wordt in overleg met de leverancier een schema opgesteld voor periodieke controles van de filters en de prestaties van het hele systeem.

  • Zorg voor een eenvoudige manier om het hele systeem inclusief de filters te controleren, bijvoorbeeld manometers of verklikkers.
  • Het testen en/of het voortdurend controleren van de uitstoot van afvoerkanalen van stofafzuiginstallaties (met auditieve en visuele alarmen) is noodzakelijk om de werking van het systeem op te volgen.
  • Zorg voor gepaste testpunten, ter controle van het stofafzuigsysteem. Zorg voor geschikt afdichtmateriaal wanneer deze testpunten niet in gebruik zijn.
  • Controleer het systeem periodiek en vervang versleten onderdelen.
  • Laat het hele systeem onderzoeken en testen op zijn standaardprestaties, bij de installatie en ten minste één keer per jaar.
  • Houd inspectieverslagen bij.